Bezoekadres

Koninginnelaan 16A
3762 DE Soest

Openingstijden

Maandag t/m vrijdag: 09.00 - 17.00 uur
Zaterdag: 10:00 - 13.00 (maart t/m mei)

Bezoek alleen mogelijk op afspraak

Faerøer eilanden

De Færøer Eilanden zijn een nog "onontdekte" vakantiebestemming, die vooral de echte natuurliefhebber zal aanspreken. Of je nu een autorondreis wilt maken of gewoon heerlijk wilt wandelen of wilt ontspannen in een van de vele vakantiewoningen, deze vakantiebestemming zal je zeker verrassen. En nog prettiger: onze autoreizen zijn allemaal op maat samen te stellen!

Bekijk direct al onze reizen op deze pagina, of bekijk meer informatie voor tips en wetenswaardigheden over een vakantie naar de Faroer Eilanden!

Weet jij al wat je (ongeveer) wilt zien maar kan je dé reis niet vinden in al die verschillende vakanties die hieronder staan? Bel, mail of chat met ons en wij helpen je verder! Waarom IJsland Tours? Lees het hier!

Vertrekmaand


Reisduur


Thema


Soort reis


Fietsreis Faroer6 dagen

Ontdek de Faroer op de fiets, de eilanden zijn uitermate geschikt voor fietstochten! Tijdens deze 6-daagse fietsreis ga je met een gids op stap, naast fietstochten zijn er ook 2 busexcursies inbegrepen. Lees verder ›

Faroer met lokale gids8 dagen

Tijdens deze semi groepsreis ontdek je vanuit standplaats Torshavn de bekendste plekjes van deze prachtige eilandengroep onder leiding van lokale gids(en). Lees verder ›

 

De situatie in de Færøer Eilanden

Ook op de Færøer eilanden zijn maatregelen genomen om verspreiding van het coronavirus te beperken en worden deze nu weer losgelaten. Omdat de situatie snel kan wijzigen kunnen deze maatregelen ook op korte termijn worden aangepast.

Reizen naar de Færøer Eilanden is momenteel zonder quarantaine of maatregelen is mogelijk.

Alle informatie omtrent de leefregels op de eilanden vind je via deze website.

Grensbeleid

Op het moment zijn er geen beperkende maatregelen.

Naast de inreisbeperkingen die een land heeft ingesteld is ook het reisadvies vanuit het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken van toepassing. Wanneer het Nederlandse reisadvies voor een land negatief (rood) is kunnen wij onze reizigers niet op reis laten gaan. Bij een code oranje kijken we naar de veiligheid ter plaatse.

Houd er rekening mee dat de betekenis van de kleurcodes in de Færøer Eilanden anders is dan in Nederland. Wanneer Nederland oranje is voor Denemarken en de Færøer Eilanden betekend dit niet dat u niet op reis kunt.

Nederlands reisadvies voor Færøer

Op het moment is het reisadvies van Buitenlandse Zaken voor Færøer greon (geldig tot nader orde). Je kunt op wijsopreis.nl de status van je vakantiebestemming controleren.

Aanvullende informatie

Voor actuele informatie en ontwikkelingen rond reisbeperkingen in verband met het Corona-virus verwijzen wij naar onderstaande websites:

ANVR 
Reisadvies Buitenlandse Zaken
Calamiteitenfonds
Europeesche Verzekeringen

Test in Nederland

Momenteel zijn coronatesten niet noodzakelijk bij het reizen van of naar de Faroer Eilanden.

Verzekering

Indien de uitslag van de coronatest positief is, kun je de annuleringskosten van de reis claimen bij de verzekeraar, mits je een verzekering hebt afgesloten. Wij adviseren daarom al onze reizigers direct bij boeking een Standaard kortlopende annuleringsverzekering (5,5% van de reissom) of Allrisk annuleringsverzekering (7% van de reissom) en een reisverzekering (€ 1,92 per persoon, per dag) af te sluiten. Dit is gemakkelijk aan te vinken in ons boekingssysteem, er wordt tevens direct een berekening gemaakt. Deze verzekeringen sluiten wij af bij De Europeesche Verzekeringen in Nederland.

Of dit een mogelijkheid is bij elke verzekeraar is ons niet bekend. Ben je doorlopend verzekerd? Neem dan contact op met je eigen verzekeraar.

Testen op de Faroer Eilanden

Momenteel zijn er geen Cortonatesten nodig.

Wapperende vlag op de Faroer met een strak blauwe lucht.Wanneer je op Vágar airport arriveert stap je letterlijk in een andere wereld, die van ongerepte natuurlijke schoonheid. Er zijn maar weinig luchthavens ter wereld die zulke indrukwekkende vergezichten bieden aan jou als reiziger. Deze panorama’s geven echter slechts een hint van wat je snel zult ontdekken tijdens je rondreis op deze prachtige eilandengroep.

Vágar betekend ‘land van baaien’, vernoemd naar de drie baaien Sandavágur, Midvágur en Sorvágur die allen een dorp met dezelfde naam hebben. Van deze drie is Sandavágur de bekendste. Er is hier een oude steen uit de 13e eeuw met runetekens gevonden die bewijs levert dat de Viking Torkil Onudarson zich hier als eerste bewoner heeft gevestigd. De steen is te bewonderen in de plaatselijke kerk.

Uitzicht op het zonnige landschap met de Gasadalur waterval.Eén van de bekendste highlights van Vágar is het pittorekse dorp Gásadalur in het westelijke deel van het eiland. De oude postroute over de berg, die vroeger daadwerkelijk gelopen werd is haast wereldberoemd. Met name dankzij de film ‘1700 metres from the future’ uit 1990. Sinds de komst van de tunnel is het leven van de dorpsbewoners een stuk rooskleuriger. Voor de liefhebbers is de route over de berg nog altijd te bewandelen. Het is een pittige wandeling langs kliffen met steile hellingen en duurt ongeveer 6 uur.

Ulla Boje Rasmussen portrays with humour and empathy life in the small Faroese village of Gásadalur, inhabited by just 16 adults and a 9-year old boy. The film gives a unique insight into the inhabitants living conditions. It portrays their expectations or a long-awaited tunnel through the fell – which cuts off the village from the ourside world as well as from the future.

Een stel loopt met een kinderwagen langs de kleurrijke haven van Torshavn, Faroer.

Vágar is het op twee na grootste eiland en heeft een goede verbinding met hoofdstad Tórshavn. Je kunt daarnaast vanaf dit eiland prachtige uitstapjes en excursies inplannen, waarvan de bekendste het (vogel)eiland Mýkines is. Hier vind je zowel de bekende Papegaaiduiker en een grote Jan van Genten kolonie, die Mýkines exclusief heeft toegeëigend als broedgebied.

Mensen zwemmen in de rivier in het dorpje op Mykines, Faroer.

Mykines (spreek uit: Mitsjines) is een eldorado voor vogelliefhebbers, met als grootste trekpleisters de papegaaiduikers en de grote kolonie Jan-van-Genten die hier nestelt. Experts vertellen ons dat men hier meer dan drie-kwart van de totale vogelpopulatie van de Færøer kan vinden, denk hierbij aan duizenden wilde zeevogels zoals zeekoeten, Alk, (Noordse) stormvogels, drieteenmeeuwen en nog veel meer. Omdat de weergoden de scepter zwaaien, is het wijs deze dagtour zo vroeg mogelijk in je reis te plannen, zodat je hem bij annulering nog een keer over kunt doen. Je kunt het eiland zowel per ferry als helicopter bereiken, hoewel de ferry de meestgebruikte manier van vervoer is.

Wandelaars in het gras bij de papgaaiduikers en de vuurtoren van Mykines.Eén van de populairste dingen om te doen op het eiland is de wandeling van ca. 4 uur op Mykineshólm naar de vuurtoren. Tegenwoordig mag dit niet meer zelfstandig om de natuur niet aan te tasten en de vogels niet teveel te storen. Er zijn verschillende tours te boeken waarbij een gids je meeneemt, een grote voordeel hiervan is dat je hierdoor meer informatie zult ontvangen dan wanneer je zelfstandig zou gaan wandelen. Daarnaast trap je niet (per ongeluk) de nesten kapot. De gids is meestal een lokale, of zelfs iemand die woonachtig is op Mykines.

Een papegaaiduiker staat met gevangen visjes tussen de snavel in het groene gras in Mykines, Faroer.

Naast de grote hoeveelheid vogels waar mensen Mykines voor bezoeken, is het een eiland vol schoonheid en drama. Je kunt op het eiland overnachten in een B&B zodat je naast wandelen en vogelspotten ook andere elementen van het eiland kunt ervaren. Volgens de folklore had Mykines in de oudheid een bos. Destijds behoorden de Faeröer tot Noorwegen en dus eiste de koning van Noorwegen belasting van het volk. Eén van deze belastingen was een bosbelasting. In een poging om onder deze belasting uit te komen, logen de mensen van Mykines tegen de koning en vertelden hem dat er geen bos was. ’s Nachts veranderde het bos in steen en vandaag de dag kun je de 55 meter hoge basalt kolommen van Korkadalur bewonderen aan de noordkant van het eiland.

Wandelaars bij de vuurtoren op Mykines tijdens een reis op de Faroer eilanden.

De vuurtoren op Mykines werd gebouwd in 1909. Naast de hulp in navigatie voor de schepen werd het ook een weerstation waarin temperaturen en windsnelheden gemeten werden. Daarnaast had de vuurtorenwachter ook de taak het noorderlicht te observeren voor de Universiteit van Kopenhagen. Naast de vuurtoren werd het huis voor de vuurtorenwachter gebouwd en rond 1930 werden er nog twee huizen gebouwd. Er ontstond een gemeenschap van ca. 25 mensen en er werden zelfs kinderen op het eilandje geboren. In de winter werden de kinderen thuis geschoold, maar in de zomer wandelden ze naar het dorp om daar naar school te gaan. In het land rondom de huizen werden koeien en kippen gehouden. Tegenwoordig is er nog maar één huis op het eilandje en omdat de vuurtoren tegenwoordig geautomatiseerd is, is het werk als vuurtorenwachter in Mykineshólmur overbodig geworden.

Prachtige groene vallei met een dorpje op het eiland Eysturoy van de Faroer.

Eysturoy is in grootte het tweede eiland en is door een brug met het eiland Streymoy verbonden. Hierover wordt gezegd dat het de enige brug over de ‘North Atlantic’ is. Het eiland heeft zijn bezoekers veel te bieden, uiteraard prachtige natuur maar bijvoorbeeld ook musea in overvloed. Eysturoy heeft veel interessante plekjes tussen bergen, valleien en fjorden en overal worden verhalen over de voorouders van de inwoners haast ingefluisterd. Dit eiland kent veel goede wandelroutes, sommigen leiden zelfs over oude gerestaureerde wandelpaden.

In de verte staan 2 rotsen in zee bij Streymoy, Faroer.

Eén van die verhalen gaat over Risin en Kellingin, de reus en de heks. Deze twee kunnen wel de eerste toeristen genoemd worden, toen ze besloten een souvenir mee naar huis te nemen hebben ze een touw gespannen om de berg Eidiskollur. Terwijl ze druk bezig waren met het “verslepen” van de berg naar IJsland, zijn ze de tijd uit het oog verloren. Zodra de eerste zonnestralen over het land schenen veranderden ze in steen. Er zijn nog altijd mensen die Risin en Kellingin beklimmen, hoewel het merendeel ze simpelweg bewonderd door verrekijkers die je kunt vinden vlakbij Gjógv.

Op Eysturoy is de hoogste berg van de Faroer te vinden. De is 882 meter hoog, maar vanaf de oostelijke bergrug is de top relatief makkelijk te bereiken. Het uitzicht is adembenemend omdat je het gevoel hebt vrijwel de gehele eilandengroep te kunnen bewonderen. De weg die onder deze berg loopt, verbindt twee van de leukste dorpen van de Faeröer. Het dorp Eiði ligt schrijlings op een smalle platte landengte en het uitzicht van boven het dorp over de fjord, met Slættaratindur in de verte, is prachtig. Er is een uitstekend erfgoedmuseum, Látrið, in Eiði, een gerenoveerde boerderij met veel bezienswaardigheden uit de oudheid in de Faeröer.

Uitzicht op de kloof en de huisjes bij Gjogv op de Faroer, vanaf de zeezijde.

Het tweede dorp is Gjógv, het meest noordelijke dorp op het eiland en vernoemd naar een 200 meter lange, met zeewater gevulde kloof, die van het dorp naar de oceaan loopt. Dit plekje is misschien wel het meest gefotografeerde plekje van de Faroer. Desondanks is dit prachtige én rustige dorp idyllisch gelegen, omringd door bergen. Gjógv (spreek uit: Djek of Gjek) heeft minder van 50 inwoners die allemaal een typisch houten huisje met grasdak hebben. Hierdoor heeft het dorp een overvloed aan charme en aantrekkingskracht. We voegen hier enkele geweldige wandelpaden aan toe inclusief spectaculair uitzicht, en het wordt automatisch een must-see tijdens je vakantie op de Faroer. Je vindt Gjógv op ca. 1 uur rijden van Tórshavn en je kunt er overnachten in Guesthouse Gjáargardur (of op de camping).

Het gebied rond Oyndarfjørður is een prachtig wandelgebied, maar de geheime attractie ligt eigenlijk onder zeeniveau. Rinkusteinar, of de ‘rocking stones’, zijn twee enorme rotsblokken net buiten de kust bij het dorp. Terwijl de zee wegebt en om hen heen stroomt, schommelt de Rinkusteinar zachtjes heen en weer. Waarom deze enorme stenen in de zee schommelen blijft een mysterie, maar volgens de legende heeft een oude tovenares in Oyndarfjørður twee piratenschepen betoverd, waardoor ze keien werden die voor altijd rusteloos aan de rand van de kust zouden staan. Midden in het dorp vind je de kerk, dit is één van de mooiste kerken uit de 19e eeuw met een prachtig altaarstuk van de Deense schilder Eckersberg.

Uitzicht van bovenaf op het kleine dorpje Elduvik op het eiland Eysturoy op de Faroer.

Fuglafjørður is de op vier na grootste stad. De haven is een levendige plek vol lokale en buitenlandse boten die de plek kleur geven. Het culturele leven hier is groots en biedt een cultuurhuis met ruimte voor theaterproducties, concerten, dans en conferenties. Op historisch cultureel vlak biedt Fuglafjördur ruïnes van een boerderij uit het Vikingtijdperk van vóór het jaar 1000, die in de stad gevonden zijn. De omgeving is perfect voor buitenactiviteiten, zoals wandelen langs het oude stenen pad naar het dorp Hellur, dat bij Fuglafjørður hoort. Er is een kleine warmwaterbron aan de zuidkant van Fuglafjørð genaamd Varmakelda. Er wordt gezegd, uit de oudheid, dat het bronwater een genezende werking heeft tegen verschillende ziekten. Het jaarlijkse Fuglafjørð zomerfestival is vernoemd naar de bron.

Vanaf de bron rijd je door de bergtunnel en kom je uit bij het dorp Leirvík. Het uitzicht wat je hebt vanaf dit dorp op o.a. Kalsoy en de andere eilanden in het noorden is wederom spectaculair. In Leirvík vind je overblijfselen van een 1000 jaar oude Viking boerderij in Toftanes die ontdekt is bij archeologische opgravingen.

De kerken in Eysturoy zijn een bezoek waard. Vijf van de prachtige oude houten kerken die bewaard zijn gebleven, en de moderne kerken van Fuglafjørður, Gøta en Toftir zijn van groot architectonisch belang.

Het historische rode parlementsgebouw Tinganes staat op een rots aan het water in Thorshavn, Faroer.

Het begon allemaal met de Vikingen en een markt. Tegenwoordig is het uitgegroeid tot een bruisende én 1 van de kleinste en lieflijkste hoofdsteden ter wereld. We hebben het over Tórshavn, stad van Thor, de god van de oorlog. Je merkt dat de stad door trotse Vikingen een naam gekregen heeft.

De inwoners van de stad hebben in de loop der jaren langzaam maar gestaag een charmante en geconcentreerde mini-versie van een moderne stad ontwikkeld. Tussen de oude en de nieuwe stad staat de kathedraal, Havnar Kirkja. In het oude gebied genaamd ‘Tinganes’, slingeren de smalle steegjes tussen oude zwart geteerde huizen met traditionele grasdaken naast moderne architecturale gebouwen met gevels in verschillende rijke kleuren. In de straten zie je een mix van natuur en cultuur, hippe en trendy designkleren en vers gevangen vis, allemaal in een eclectische mix van traditioneel Faeröers en kosmopolitisch. Wist je dat de stadsbussen gratis zijn? Ze rijden rond in de stad en naar de kleine dorpen rondom Tórshavn.

Witte bootjes liggen in de haven van Thorshavn, Faroer, met vrolijk gekleurde gebouwen er achter.

Een leuke locatie is Vágsbotnur, het havengebied met idyllische oude pakhuizen, leuke cafés en pubs en moderne restaurants. Je vindt hier stalen tafels waar vers gevangen vis en in het seizoen aardappelen, bieten en rabarber van eigen bodem te kopen is. Hier geniet je ook van een hippe chai latté en de zon, terwijl je op het terras zit. Hier vind je veel goede restaurants, variërend van Italiaans tot Amerikaans tot Japans én uitstekende gastromische hoogtepuntjes met lokale ingrediënten en specialiteiten. Er zijn hier ook veel internationaal geprezen Faroerse designlabels naast de opkomende ontwerpers te vinden. De vrolijke kleuren en patronen van het authentieke Faroerse gebreide wol is wereldberoemd en híer vind je jouw favoriete design.

Een smal straatje met kleine zwarte, houten huisjes met grasdaken in Torshavn, Faroer.

Vanuit de haven wandel je via de kleine steegjes van de oude stad naar het plein Vaglid, waar een idyllische boekhandel te vinden is. Hier begint de voetgangersstraat van het centrum waar je chique designerwinkels, banken en de bibliotheek vindt. Verderop in deze straat passeer je het kleine park Platasjan waar het kunstmuseum te vinden is. In dit gebied is ook een binnenzwembad met sauna en een spa te vinden. Voorbij dit zwembad staat het prachtige Nordic House dat als een architecturale parel oprijst en bijna sprookjesachtig aandoet. Als je meer wilt winkelen dan kan je je hart ophalen in het moderne winkelcentrum SMS.

Panorama van Torshavn, de gezellige kleurrijke hoofdstad van de Faroer eilanden.

Aan de andere kant van het oude dorp Tinganes bevindt zich de haven waar vandaan veerboten naar de eilanden Nólsoy en Suduroy varen. Ook de ‘grote’ Smyril Line die tussen Hirthals, Denemarken en IJsland vaart meert hier aan om reizigers kennis te laten maken met de Faroer door middel van een 3-daagse stop. Even verderop zie je het oude stervormige bastion waar kanonnen werden geplaatst om de piraten weg te houden. Er zijn nog twee kanonnen te zien die tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt zijn. Als je de kustweg blijft volgen staat aan de andere kant van de heuvel de oude boerderij van Hoyvik, nu een deel van het Nationaal Museum. De baai van Hoyvik wordt gebruikt om te zwemmen, snorkelen en duiken.

Uitzicht op de haven van Torshavn, hoofdstad van de Faroer eilanden.Het Faeröerse museum voor geschiedenis en natuur in Tórshavn heeft een grote verzameling tentoonstellingen die de culturele geschiedenis van de eilanden uitbeelden. De belangrijkste tentoonstelling is die van de Kirkjubøur-stoelen. Deze maakten deel uit van het prachtig bewerkte interieur van de parochiekerk in de middeleeuwen, maar worden nu vermoedelijk gemaakt voor de kathedraal in Kirkjubøur.

Kirkjubøur

Uitzicht vanaf Kirkjubour, Faroer, over het fjord met bergen en huisjes met grasdaken op de voorgrond.

Tijdens de middeleeuwen van Kirkjubøur (spreek uit: Tjitjubeur) het kerkelijke en culturele centrum van de Faroer. Vandaag de dag vind je hier de imposante ruïne van de kathedraal van Sint Magnus. De bouw van de kathedraal is vermoedelijk begonnen in de late dertiende eeuw, de stijl van het gebouw dateert uit de beste periode van gotische architectuur, wijzend op het West-Noorse kerkgebouw uit die tijd. Volgens de verhalen is het nooit afgemaakt, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat het minimaal een dak heeft gehad. Een grote lawine in 1772 beschadigde de kathedraal ernstig en verpletterde het gebouw.

Het toegangshek met blauw glas in lood naar kerkje van Kirkjubour op de Faroer eilanden.

Een afgebrokkelde muur en een hoop stenen is alles wat is overgebleven van een andere, kleinere kerk. Het overgrote deel van dit gebouw is weggespoeld door de zee. De bestaande parochiekerk die je op dezelfde locatie vindt is de enige nog in gebruik zijnde middeleeuwse kerk. Er wordt gedacht dat deze zelfs nog ouder is dan de kathedraal en is toegewijd aan de Maagd Maria en St. Olav. De kerk was omgeven door een kerkhof, maar omdat veel van het land tussen Kirkjubøur en het eilandje Kirkjubøhólmur door de zee is geërodeerd, staat het nu direct aan de rand van het water.

De bekende boerderij Roykstovan, die op de stenen kelder van een deel van het paleis van de bisschop staat, is al eeuwenlang huis van boeren in Kirkjubøur en wordt al 17 generaties door dezelfde Faeröerse familie bewoond. Het is bedekt met een turfdak en het is een groot gebouw gemaakt van hout dat naar verluidt 700 jaar geleden helemaal uit Noorwegen is komen aanspoelen. Het interieur van de boerderij weerspiegelt de levensstijl van vroeger.

De begane grond was het eet- en slaapgedeelte en het centrale activiteitengedeelte met onder andere spinnewielen. Het is vaak mogelijk binnen een kijkje te nemen om in je op te nemen hoe er vroeger (en nog steeds) geleefd werd.

Om naar Kirkjubøur te gaan, kun je de bus nemen of wandelen vanuit Tórshavn. Als je begint vanaf het kruispunt tussen Landavegur en Velbastaðvegur in Havnardalur, gaat er een brug over Sandá en vanaf daar is het gemakkelijk om het pad en de eerste steenhoop te vinden. Dit pad is goed gemarkeerd met veel steenhopen die opvallen in het terrein. De wandeling duurt ongeveer twee uur en je hebt de mooiste uitzichten op de eilanden in het westen: Sandoy, Hestur, Koltur en Vágar.

De haven van het eilandje Nolsoy, op de Faroer, met uitzicht op de berg Hogoyggj.

Het eiland Nólsoy ligt als een gigantische stormstopper voor Tórshavn waardoor de stad beschermt wordt tegen oostelijke stormen. Het is daarom niet verwonderlijk dat het hoort bij de gemeente Tórshavn. Je kunt je alleen afvragen waarom je deel zou willen uitmaken van de ‘drukke stad’? Dankzij de fjord tussen beiden heeft Nólsoy de perfecte hoeveelheid afstand van de stad en ligt het dichtbij genoeg voor een dagbezoekje, het is namelijk slechts 20 minuten varen. Het is dan ook niet zo gek dat er steeds meer mensen een bezoek brengen aan het eiland om te genieten van de rust en het contrast tussen Nólsoy en de stad Tórshavn. Waar Nólsoy voornamelijk om bekend staat is s’ werelds grootste kolonie aan stormvogels, een kleine vogel die alleen ’s nachts vliegt.

Je kunt uiteraard prachtig wandelen op het eiland, waaronder naar de vuurtoren op het zuidelijkste puntje. Het bijzondere aan de vuurtoren is de constructie van gehouwen steen in combinatie met zijn lens, die één van ’s werelds grootste is. De toren is bijna 3 meter hoog en weegt vier ton. Andere wandeltochten brengen je naar de ruïnes en bron van de prinses in Korndalur. Volgende de verhalen woonde de prinses bij haar geliefde nadat ze gedwongen was te vluchten vanwege de afkeuring van haar vader, de Schotse koning. Een naam die onlosmakelijk verbonden is met Nólsoy is Ove Joensen. Een lokale inwoner die als eerste de 900 zeemijlen vanuit de Faroer naar Kopenhagen roeide. Zijn boot, de Diana Victoria, is de tien in de kelder van het toeristeninformatiecentrum, wat tijdens de zomermaanden geopend is.

Panoramisch uitzicht op eilanden Koltur en Hestur op de Faroer.

Aan de westelijke zijde van Streymoy vind je eilanden Hestur en Holtur. Hestur is een land, smal en steil eiland met een klein dorp in het centrum. Hestur betekent paard, en vanuit een bepaalde hoek lijkt het eiland in feite ook wel op een rustend paard. Er zijn twee paden omhoog het eiland op, 1 steile variant, die vanuit het dorp recht omhoog loopt en een ietwat comfortabeler en hellend pad vanuit het zuiden. Eenmaal boven heb je zicht op de dramatische Álvagjógv, de ‘kloof van de elf’ en op de steile kliffen met duizenden nestelende zeevogels. Onder deze vogelkliffen zijn grotten verborgen, waar in de zomermaanden boottochten naar georganiseerd worden. Vanuit Tórshavn varen ze naar de westkust van Hestur en als het weer het toelaat vaart de gids een grot in en laat de akoestiek horen door ‘een keeltje’ op te zetten. Grotconcerten zijn ‘normaal’ op de Faroer en het is een unieke manier om de natuur in combinatie met fantastische muziek te ervaren.

Uitzicht op eilanden in zee en groen weiland tijdens wandeling naar Kirkjubour op de Faroer.

Het kleinere eiland Koltur lijkt Hestur te volgen als een veulen zijn moeder volgt, en het is mogelijk dat de naam van het eiland een verband heeft met Engelse woord ‘colt’ (jonge hengst). Het eiland wordt gedomineerd door de steile berg Kolturshamar die tot 477 meter boven de zee uitsteekt. Er is slechts 1 boerderij op Koltur en er is geen regelmatige verbinding met het eiland. Als je geluk hebt maak je in de zomermaanden kans op een bezoek aan dit eiland. Anders moet je het doen met boottochten langs de prachtige kustlijnen. Historisch gezien is Koltur een unieke plek, je vindt namelijk nergens anders op de Faroer zo’n gecultiveerd en ongerept landschap. Van kust tot berg, het is niet te evenaren. Na de restauratie van de oude gebouwen die horen bij de verlaten nederzetting Heimi í Húsi is Koltur zeker een bezoek waard, áls je de kans krijgt.

Vestmanna

Boottocht naar de vogelkliffen van Vestmanna op de Faroer.

Voorbij het bruisende centrum van Tórshavn, achter de tunnel naar Kollafjørður, ligt het noordelijke deel van Streymoy, het brede en bergachtige deel van het hoofdeiland van de Faeröer. In het dorp Kvívík vind je interessante overblijfselen van een goed bewaarde Viking boerderij. In Leynar, een klein dorp gelegen op één van de mooiste utizichtpunten op de Faroer, vind je een meer vol met zalm en forel. Voorbij deze twee oude dorpen ligt Vestmanna, bekend vanwege de boottochten langs de ‘sky-high’ vogelkliffen die aan de kust te vinden zijn. Hoewel je bovenop de steile kliffen van Vestmanna, op ongeveer 600 meter boven zeeniveau kunt staan en uitkijkt over eilanden Vágar en Mykines, is er geen uitzicht zo prachtig en indrukwekkend als die van de vogelkliffen van onderaf. Je vaart langs de ruige kustlijn en verkent verschillende grotten die hier te vinden zijn om zo totale duisternis en stilte te ervaren. Een leuk extraatje in het centrum van Vestmanna is het Saga museum, te vinden in het toeristeninformatiecentrum. Het museum is gemaakt door verschillende Faroese kunsteaars.

Het dorpje Tjornuvik met kleurrijke huisjes en groene heuvels aan het fjord in Streymoy, Faroer.

In vergelijking met de steile noordwestkust van Streymoy is het oostelijke deel van het eiland idyllischer. De smalle ‘straat’ tussen Streymoy en Eysturoy lijkt haast op een riviervallei en langs de kust vind je de vredige dorpjes Kollafjørdur, Hísvík en Hvalvík. Kollafjørdur, één van de grotere steden in de Faroer, heeft zijn woningen uitgesmeerd langs de kustlijn en is vernoemd naar de fjord en omringd door de hoge bergen. Eén daarvan is de majestueuze Skælingsfjall wat vroeger de hoogste berg in de Faroer genoemd werd.

Houten huisjes met grasdaken in Saksun op de Faroer eilanden met uitzicht op de fjord.

In Hvalvík is de oudste, houten, zwarte kerk te vinden. Vanuit Hvalvík leidt de weg naar de vallei van Saksun. Deze pittoreske en min of meer vlakke weg is een walhalla voor fietsers. Saksun is een beetje weggestopt aan het einde van de weg en na elke bocht word je weer verrast met een nieuw en verrassend mooi uitzicht. De oude boerderij, Dúvugardar, is nu een Nationaal erfgoed museum en geeft je een intiem kijkje in het landelijke leven in de dorpen op de Faroer.

Eén van de grootste highlights in dit noordelijke deel van het eiland is Fossá, de hoogste waterval van de eilandengroep gelegen tussen Hvalvík en Haldarsvík. Het water vloeit in de rivier die 140 meter langs rotsachtige grond richting de zee voert. Vanuit de berg zijn er verschillende kleine zijstroompjes die de rivier voeden, al het water is afkomstig van het meer bovenop de berg.

Kalsoy

Stel je voor: op een rustige zomerdag bevind je je op een pittoreske oude ferryboot en vaar je richting groene bergen op een glinsterende zee. Je bent op weg naar een plek waar de tijd stil staat, lijkt het je wat? Het is niet onmogelijk, want vanuit Klaksvik, gelegen op eiland Bordoy vaart de oude postboot nog dagelijks naar het eiland Kalsoy. Dit doen ze niet alleen voor toeristen, maar ook voor daadwerkelijk: de post maar ook schoolgaande kinderen en andere bezoekers tussen het smalle eiland en hoofdeiland Bordoy. Tegenwoordig vaart er ook een grotere ferry waar 17 auto’s op passen, maar we adviseren je even terug in de tijd te stappen en de kleine ferry te nemen. Eenmaal aan land kan je met de bus van Húsar naar Trøllanes, onderweg zijn er vier donkere en smalle tunnels te trotseren. Ook op Kalsoy is het verschil in landschap dramatisch, het smalle eiland is aan de westkust voorzien van dramatisch steile kustlijnen terwijl aan de oostkust de kneuterige kustdorpjes te vinden zijn.

Kalsoy heeft vele legendes. De bekendste is de legende over de zeehondenvrouw ‘Kópakonan’ die gevangengenomen werd en vervolgend werd gedwongen om te trouwen en een gezin te stichten met een boerenzoon uit Mikladalur. Ze verlangde echter naar de zee en toen op een dag de boerenzoon uit vissen was, vond ze sleutel van de kast waar haar zeehondenhuid verborgen was voor haar door haar man. Eenmaal terug in haar natuurlijke element keerde ze voorgoed terug naar de zee. In Mikladalur vind je een prachtig standbeeld van deze zeehondenvrouw.

Svínoy & Fugloy

Een wit, houten huisje en klein kerkje aan het fjord op het eiland Fugloy met uitzicht op de eilanden aan de overkant, Faroer eilanden.

De oude ferry, Ritan, is vernoemd naar de vogel met de Latijnse naam Rossa Trydactyla. De ferry is trouw aan zijn route vanaf Hvannasund, gelegen tussen Bordoy en Vidoy naar de meest oostelijk gelegen eilanden Svinoy en Fugloy. De vaart is misschien wel te bestempelen als één van de meest magnifieke van de Faroer eilanden. Onderweg zie je tientallen zeevogels die druk doende zijn voedsel naar hun jongen te brengen. Houd je ogen goed open om te kunnen zien dat de Papegaaiduiker tot wel 20 visjes per keer in zijn snavel mee kan nemen. Hoe ze het voor elkaar krijgen een extra visje op te duiken, zonder de rest te verliezen is ware kunst.

Eenmaal op Fugloy snap je wel hoe dit eiland aan zijn naam komt; vogeleiland. Iets lastiger te bedenken is Svinoy, want er zijn geen zwijnen of varkens op de Faroer tegenwoordig. Vroeger waren die er echter wél! De legende zegt dat Svinoy ooit een drijvend eiland was, wat langzaam van de rest afdreef en niet ‘gerepareerd’ werd. Tot een vrouw uit Vidareidi een aantal sleutels aan de staart van een zeug vastmaakte en die naar het eiland liet zwemmen. Het eiland werd dus gerepareerd, vastgezet met de ijzeren sleutels.

Vidoy, Kunoy & Bordoy

Schapen grazen boven het dorpje aan het fjord.Vanuit Klaksvik is het mogelijk met de bus naar Vidareidi af te reizen, gelegen op eiland Vidoy. Hier vind je een pastorie, wat één van de mooiste huizen op de Faroer is. De vrouw des huizes is beroemd geworden dankzij haar hoofdrol in de beroemde roman ‘Barbara’ van Jørgen-Frantz Jacobsen. Vanuit het dorp kun je een wandeling maken naar het meest noordelijke punt van de Faroer, Enniberg. Het is ook mogelijk de bus vanuit Klaksvik naar het eiland Kunoy te nemen. Het dorp aan de westkant van het eiland staat bekend om zijn prachtige locatie met uitzicht op het westen en in het noorden op Kalsoy. De zonsondergang op een goede zomeravond is hier adembenemend.

Hoe overweldigend en indrukwekkend de landschappen op de eilanden zijn, alles begint en eindigt in Klaksvik, min of meer het centrum van de noordelijke eilanden op Bordoy. Klaksvik werd een onafhankelijke gemeente in 1908, omdat de stad in een goed beschermde baai ligt werd het gebruikt als winterligplaats voor zeeschepen en verhuisden dus veel schippers en hun gezinnen naar Klaksvik. De stad ontwikkelde zich daardoor als belangrijkste vissershaven op de eilandengroep. In de stad vind je de Christelijke kerk, die misschien wel één van de meeste interessante kerken op de Faroer is. Het werd ontworpen door de Deense architect Peter Koch en is de eerste grote kerk in Scandinavië die in de oude Scandinavische stijl is gebouwd.

In 2006 is een subzeetunnel gebouwd tussen Leirvik, op Eysturoy en Klaksvik, waardoor de noordelijke eilanden per auto makkelijk te bereiken zijn.

Wandelpad naar Kirjubour met uitzicht op eiland in zee.Sandoy is een relatief vlak eiland en daardoor uitermate geschikt voor fiets- en wandeltochten. Vanuit Skopun, waar de ferry arriveert aan de noordzijde van het eiland, begint direct een wandelpad westwaarts richting Høvdarhagi om vervolgens zuidwaarts richting de baai van Søltuvík af te buigen. Je begint echter wel bij de grote blauwe brievenbus, die je niet kunt missen! Het landschap in de omgeving van Søltuvík is niet wat je inmiddels gewend bent van de Faroer. En zo idyllisch als het eruit ziet is het niet bepaald aangezien de verraderlijke kustlijn berucht is vanwege de vele tragische schipbreuken die hier plaatsgevonden hebben. Een smalle eenbaansweg brengt je naar de steile kliffen ten westen van het meer Gróthúsvatn. Vanuit Skopun is het ook mogelijk om te wandelen naar de vallei Slavansalur. Tijdens de wandeling heb je prachtig zicht op de ’twin lakes’ Nordara en Heimara Hálsavatn. Het pad brengt je verder door een vallei gelegen naast één van de grootste meren, Sandsvatn.

Sandur is een toepasselijke naam voor het weelderige en groene dorp gelegen nabij een breed zandstrand en de enige zandduinen in de Faroer. Het hele eiland dankt zijn naam aan dit dorp. Het toeristeninformatiekantoor ligt midden in het dorp. Hier kan je informatie over het eiland verkrijgen en rondleidingen regelen. In een cluster van prachtige oude huizen in het hart van het dorp vind je het volksmuseum.

Aan het begin van de vallei leidt een zijweg naar het dorp Skarvanes. Via deze smalle weg kom je dichtbij twee meren, Stóravatn en Lítlavatn en vanaf het dorp heb je een prachtig uitzicht op Skúvoy en de twee Dímun eilanden, Stóra Dímun en Lítla Dímun. Na deze omweg reis je terug naar de hoofdweg en volg je deze tot de volgende kruising, waar je kunt kiezen tussen de weg naar Skálavík of Húsavík. Tussen deze twee dorpen ligt de kaap van Skálhøvdi.

In Húsavík vind je de middeleeuwse ruïnes van de boerderij die toebehoorde aan de rijke en machtige ‘Dame van Húsavík’. Ze was de Noor Guðrun Sjúrðardóttir, die ook bezittingen had in Shetland. Neem zeker een moment om te genieten van de zeemeerminnen en andere figuren op de steigers gemaakt door de kunstenaar Tróndur Patursson. Vanuit Húsavík leidt de weg naar Dalur, het meest zuidelijk gelegen dorp van het eiland. De smalle weg lijkt haast te knuffelen met de bergwanden die in een rechte lijn, direct de zee in lijken te vallen.

Gebogen rond een torenhoge landtong, daalt de weg steil langs de zijkant van de berg het dorp in, beschut gelegen midden in een komvormige vallei. Voorafgaand aan Dalur is een kronkelend pad in de bergen met mooie vergezichten op de zuidelijke eilanden. Het meest aantrekkelijk zijn de twee “diamanten”, Stóra Dímun en Lítla Dímun; steile eilanden die bijna ontoegankelijk zijn. Als het weer het toelaat, biedt het toeristeninformatiekantoor van Sandoy excursies naar Stóra Dímun. Dit is een onvergetelijk avontuur, als je het geluk hebt dat je kunt gaan!

Een vuurtoren op de punt van de rots.Suduroy is het zuidelijkste eiland van de Faroer en wellicht verklaart zijn ligging ten opzichte van de rest zijn unieke karakter. Niet alleen geografisch gezien, maar ook wanneer je het hebt over taal en cultuur is Suduroy duidelijk anders dan de rest. Er wordt gezegd dat inwoners van Suduroy temperamentvoller en makkelijker benaderbaar zijn dan mensen op de andere eilanden. Of dit waar is kun je alleen maar zelf ervaren, door dit eiland toe te voegen aan je reis!

Het landschap is prachtig en idyllisch, groen, licht en gastvrij met betoverende steile kliffen naar het westen. Het lijkt een perfect evenwicht, het eiland kan een bijna surrealistische schoonheid oproepen zowel overdag als ’s nachts. In plaats van in één dag met de auto of bus door alle dorpen te rennen, rade wij je aan twee dagen te blijven, het is een keuze waar je zeker geen spijt van zult krijgen.

De gehele westkust bestaat uit steile vogelkliffen welke door slechts vier fjorden onderbroken worden, te weten bij Hvalba, Lopra en Vágur. Je kunt heel gemakkelijk met de auto vrijwel overal op het eiland komen waardoor je optimaal kunt genieten van de prachtige natuur die zowel idyllisch als dreigend kan zijn, afhankelijk van het weer.

Als je na aankomst eerst noordwaarts gaat kom je uit bij Hvalba. Als je de kaart bekijkt lijkt het wel een glimlach waarin Hvalba gelegen is, waarbij de mondhoeken gericht zijn op het sprookjesachtige Lítla Dímun. Vroeger waren Sumba in het zuiden en Hvalba in het noorden belangrijke dorpen. Hvalba werd prominenter, omdat de enige minister op het eiland hier leefde én de verbinding met Tórshavn via Sandoy het kortste was vanuit het noorden. In Hvalba zijn restanten van de mijnbouw te vinden en wanneer je de tijd neemt om 10 minuten voorbij Hvalba de tunnel te nemen kom je uit in Sandvík, een vaak genoemd dorp in de Faroese sagen.

In 1836, twintig jaar voordat de Deense handelsmonopolie eindigde, werd een winkel gevestigd aan de noordkant van de natuurlijke haven, Trongisvágsfjørður. Dit stond al snel bekend als Tvøroyri en groeide snel uit tot de belangrijkste handelsplaats op de Faeröer. De oude winkel, het magazijn en de zeilloft zijn liefdevol gerestaureerd en worden gebruikt als café, restaurant en museum. Tvøroyri is in de loop der jaren zo gegroeid dat het nu samenkomt met de oude dorpen Trongisvágur en Froðba, waar enkele bijzondere basaltkolomformaties de moeite waard zijn om te bekijken. Froðba is de plaats waar de beroemde Brendan aan wal is gestapt. Brendan was een Ierse Monnik (484-577) die als eerste genoemde persoon, de Faroer bereikte. Op minder dan een (aangenaam) uur wandelen ten noorden van Tvøroyri kom je uit bij het idyllische en rustige gebied dat bekend staat als Hvannhagi met zijn prachtige meer en buitengewoon uitzicht.

Het kleine dorp Fámjin ligt aan de westkant van het eiland en kijkt uit over de zee. Dit vredige dorp is de perfecte plek voor het aanschouwen van de zonsondergang. In de kerk vind je de allereerste Faroese vlag en houd je van wandelen? Klim dan vanuit het dorp omhoog naar het meer Kirkjuvatn (kerk meer), één van de grootste op het eiland. Aan de oostkust, onder Tvøroyri vind je het dorp Hov, ongeveer 5 minuten rijden vanuit Øravík. Volgens de Faroese sagen en verhalen leefde hier Viking Havgrímur. Hij fungeerde als soort ‘opperhoofd’ over het merendeel van het eiland. Dit dorp is vernoemd naar zijn altaar ‘Hov’, waar hij nogal heidense offers bracht aan de Noordse Goden. Als je toch in de buurt bent is het de moeite waard in het buurdorp Porkeri de ouden houten kerk uit 1847 te bezoeken.

In het zuiden vind je Vágur, de grootste stad in het dit deel van Suduroy. Halverwege 1900 heeft ook Vágur een flinke groei meegemaakt, net als Tvøroyri, doordat veel mensen naar de stad trokken. Tekenen van deze grootse tijd zijn nog altijd te zien in beide steden, grote huizen met privé tuin en commerciële panden maken onder andere deel uit van het straatbeeld. In Vágur zijn zowel oude als nieuwe dingen te zien en te doen, denk hierbij aan het recent gerenoveerde warenhuis en de Ruth Smith kunstgalerij. Op de Faroer zijn ze dol op kunst en Ruth Smith was één van de voornaamste tekenaars van Scandinavië van de vorige eeuw, ze heeft jaren in Vágur gewoond.

Tot slot hebben we Sumba, gelegen in het zuiden van Suduroy. Het is hier dat je de traditionele ‘chain dance’ het meeste tegenkomt. Vanuit Sumba is het de moeite waard door te rijden naar Akraberg en zijn vuurtoren op het meest zuidelijke puntje van het eiland. Onderweg naar Sumba kom je langs de berg Beinisvørd, wat in feite een lange met gras begroeide heuvel is die eindigt met een nogal dramatische rotspartij die recht naar beneden valt. Bovenop Beinisvørd heb je een fantastisch panorama. In een oogwenk zie je de ware essentie van de Faroer met bergen en fjorden, dorpen en valleien, vogels en schapen, mens en natuur.

Wandelaar geniet van het uitzicht op de kliffen in de mist tussen twee meren op Vagar, Faroer.

Laten we eerlijk zijn: als je verwacht dat je in de zomer gegarandeerd mooi weer hebt op de Faroer, ben je helaas verkeerd geïnformeerd. Het wil echter niet zeggen dat het onmogelijk is! Wat veel mensen verbaast is de relatieve ‘zachtheid’ van de Faroerse seizoenen. Ondanks de noordelijke breedtegraad van de eilanden, zijn de zomers koel met een gemiddelde temperatuur van 13 ° C en zijn de winters mild, met een gemiddelde temperatuur van 3 ° C. Wanneer je de kans ziet een fijn beschut plekje te vinden kan de temperatuur veel hoger zijn, maar de lucht is altijd fris en schoon, ongeacht het seizoen. De Faroer eilanden hebben een zeeklimaat, wat inhoudt dat het weer erg veranderlijk is. Zon, mist en regenbuien wisselen elkaar in een hoog tempo af. De temperatuur wordt sterk bepaald door de ligging in zee, dankzij de golfstroom die de eilanden omringt bevriezen de havens nooit. Het kan sneeuwen, maar als dit gebeurt is het nooit voor lang.

Omdat de variaties in hoogte, oceaanstromingen, topografie en wind betekenen dat het klimaat sterk verschilt, zijn de afstanden tussen locaties klein zijn. En dit zorgt juist voor onvoorspelbaar en zeer veranderlijk weer. Het is niet ongewoon dat de ene locatie regen, de volgende sneeuw en een derde locatie je zon geeft. Je kunt letterlijk alle vier de seizoenen op één dag beleven! En dat is ook wel ècht de charme van deze bestemming.

Beste reisperiode

Huisjes in Vidoy, Faroer, met grasdaken en een kerkje met prachtig uitzicht op het fjord.

De beste reistijd is dus lastig te bepalen, maar in het algemeen is de wel de zomerperiode, vanaf half mei tot eind september. Met name omdat de Faroer bij uitstek een bestemming is om prachtig te wandelen, fietsen en vogelspotten. Dit alles kan je alleen maar doen wanneer de grond niet zompig is van de verdwijnende vorst en nestelende zeevogels vind je nou eenmaal enkel in de zomermaanden op de eilanden. Het fijne aan de zomer is dat je veel daglicht hebt waardoor je het optimale uit de dag kunt halen (19 uur, 45 minuten op de langste dag, 21 juni). De dagen in de winter kunnen daarentegen maar 5 uur duren. Toch is het ook in de winter mogelijk om naar de Faroer te reizen en bijvoorbeeld een stedentrip Tórshavn in te plannen, of een huurauto te boeken en een beetje te eilandhoppen.

Vogelleven

Een groep papegaaiduikers in het groene gras op Mykines, Faroer.

Het eerste dat je opvalt als je in de zomer naar de Faroer afreist, is het grote aantal broedvogels. Duizenden vogels komen elke zomer naar de Faroer om te broeden. Duizenden en duizenden papegaaiduikers vliegen over je hoofd; zwarte zeekliffen zijn volledig wit geschilderd door het grote aantal vogels dat daar broedt; het constante en krachtige gebrul van duizenden drieteenmeeuwen die tegelijkertijd roepen; de kracht van een jan-van-gent als het duikt en het water binnendringt als een torpedo in de jacht op vis. Dit zijn slechts een paar dingen die je kunt ervaren tijdens het kijken naar de vogels van de Faroer.

De afgelegen locatie van de 18 eilanden die de Faroer vormen, fungeert als een magneet voor vogels die over de Noord-Atlantische Oceaan trekken. Er zijn op de Faroer zelf niet veel lokale vogelaars, dus is de kans om zelf een zeldzaam exemplaar te vinden erg groot.

Hoewel (zeldzame) vogels overal kunnen opduiken is de kans groter dat je ze vindt op de noordelijke, zuidelijke, oostelijke en meest westelijke punten van de eilanden. Uiteraard is de locatie afhankelijk van de dominante wind, maar de uithoeken van de eilanden zijn het eerste stuk land wat de vogels zien. Dit zorgt ervoor dat eilanden zoals Svínoy, Fugloy, Mykines en Suduroy enkele van de beste hotspots zijn om vogels te spotten.

Twee Jan van Genten en een papegaaiduiker op een rots naast de zee.

Het Faroerse landschap is zowel behulpzaam als een uitdaging voor de vogels. Door het gebrek aan bomen komen vogels vaak uit in tuinen, dorpen of plantages. In de herfst van 2009 zijn er in één achtertuin 9 vogels gevonden: twee Noordse Boszangers (Arctic Warbler), twee bladkoningen (Yellow-Browed Warbler) een Sperwergrasmus (Barred Warbler), twee Tjiftjafs, een Zanglijster (Song Thrush) en een Beflijster (Ring Ouzel). Deze vogels zijn dus in principe niet moeilijk om te vinden, maar ben je benieuwd naar Piepers (pipits ) of Gorzen (buntings), dan wordt het lastiger. Deze vogels houden namelijk van grasland, en dat vind je op de Faroer in overvloed.

Er zijn op de Faroer ongeveer 300 verschillende vogelsoorten geregistreerd, maar ongeveer 100 hiervan zijn reguliere migranten of broedvogels. Dit betekent dat ongeveer 200 soorten zeldzame migranten zijn en er elk jaar nieuwe vogels aan de nationale lijst worden toegevoegd.

Lente migratie

In het voorjaar vind je op de Faroer vooral, hoe kan het ook anders, voorjaarsschieters. Dat zijn vogels die verder noordelijker vliegen dan hun broedplaatsen. Dit houdt in dat je vooral vogels uit Midden- en Zuid-Europa tegenkomt. Sommige vogels die in mei arriveren blijven ‘hangen’ en doen broedpogingen. Zowel een mannelijke als een vrouwelijke Baardgrasmus (Subalpine Warbler) werden gespot van half mei tot minstens juni. Als er een zuidoostelijke wind staat in mei vind je overal zangvogels.

Herfst migratie

Een zwart, witte Jan van Gent vogel met gespreide vleugels, in volle vlucht.

Misschien wel de meest interessante tijd om naar zeldzame vogels te zoeken is de herfst. Herfstmigratie omvat zowel driftmigranten uit Scandinavië als vogels uit het Verre Oosten die de zogenaamde omgekeerde migratie uitvoeren – bijvoorbeeld naar het noordwesten in plaats van naar het zuidoosten. Dit betekent dat er jaarlijks goede aantallen bladkoningen (Yellow-Browed Warbler) worden geregistreerd. Andere veel voorkomende omgekeerde migranten zijn onder meer Sperwergrasmus (Barred Warbler) – ongeveer 1 van elke 10 sylvia-warblers die in de Faroer zijn geregistreerd, is een sperwergrasmus (Barred Warbler). De meeste oostelijke vogels komen aan tijdens dagen met oostelijke wind. De beste plaatsen zijn, zoals in het voorjaar, de punten die de vogels het eerst zien wanneer ze vanuit de oceaan binnenvliegen. Enkele goede plekken zijn Svínoy, Mykines en Suðuroy – maar let op: er kunnen overal zeldzaamheden opduiken.

Er zijn met enige regelmaat ook Amerikaanse vogels te zien in de herfst. Denk hierbij aan de Noord Amerikaanse Roerdomp (American Bitterns), Amerikaanse Nachtzwaluw (Common Nighthawk), Amerikaanse meerkoet (American Coot) en de Canadese Kraanvogel (Sandhill Crane). De komst van Amerikaanse zangvogels vereist bepaalde weersomstandigheden. Een snel bewegende lage druk richting het noorden, langs de oostkust van Noord-Amerika, vervolgens ten oosten van Newfoundland en tot slot het bereiken van de Faeröer, bij voorkeur binnen 48 uur.

Bron: https://www.visitfaroeislands.com/see-do/birdwatching/birdlife/

Read the Birds of the Faroe Islands booklet online or download

Wandelen op de Faroer

Wanneer je van wandelen houdt, kan je hier je hart ophalen. Veel oude wandelpaden zijn weer in ere hersteld en zijn voor de echte sportievelingen een forse uitdaging. Het eiland Sandoy is een relatief vlak eiland, Suðuroy heeft veel wandelpaden aangegeven staan, daardoor zijn beide eilanden uitermate geschikt voor wandeltochten.

Vanwege het milieu en verzendkosten kiezen wij ervoor geen papieren reisbescheiden te versturen. Je kunt gelukkig vooraf ook zelf je kopie van het boekje  downloaden of online inkijken. Hier vindt je tevens ‘guidelines‘ voor het wandelen op de Færøer.

Paspoort

Voor reizen naar de Faroer eilanden is een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart benodigd, tenminste geldig tot en met de terugreisdatum. Deze informatie is geldig voor reizigers met de Nederlandse of Belgische nationaliteit.

Vaccinaties

Voor reizen naar de Faroer eilanden zijn geen vaccinaties verplicht of aanbevolen.

Geldzaken

Op de Færøer betaal je met Deense of Færingse Kronen (de waarde is gelijk). De wisselkoers op dit moment is € 1 = ca. 7,5 Deense Kronen. Pinautomaten zijn alleen in de grotere plaatsen te vinden. Creditcards (denk aan je pincode) worden op steeds meer plekken geaccepteerd. Het is daarnaast altijd verstandig om ook contant geld bij je te hebben.

Openbaar vervoer Færøer Eilanden

Bussen: De Færøer Eilanden hebben een uitgebreid busnetwerk, met rode Bussleiðin stadbussen in Tórshavn en blauwe Bygdaleiðir bussen die de verbinding tussen de dorpen op het platteland onderhouden. Het bus- en ferry netwerk wordt uitgevoerd door Strandfaraskip Landsins in opdracht van de Faroese regering. De hoofdroute loopt van Tórshavn naar Klavsvík in het noordoosten, welke via de Norðoyatunnilin tunnel loopt. Bussleiðin is de naam van de lokale busmaatschappij van Tórshavn, die 5 routes heeft en uitgevoerd wordt door de stad Tórshavn. Sinds 2007 is het busvervoer in Tórshavn gratis. Dit groene initiatief is opgezet om de lokale bevolking zoveel mogelijk uit de auto te halen.

Ferries: De belangrijkste ferryverbindingen zijn die van Tórshavn naar het meest zuidelijke eiland Suduroy en vanaf Tórshavn naar de eilanden Sandoy en Skúvoy en Nólsoy. Daarnaast is er een ferryverbinding vanaf het eiland Vágar naar het het meest westelijk gelegen (vogel)eiland Mykines en een postboot vanaf het noordelijke eiland Vidoy naar de meest oostelijk gelegen eilanden Fugloy en Svinoy.

Helicopters: Deze vorm van vervoer is in de eerste plaats voor de eilandbewoners zelf en is in verhouding tot andere bestemmingen dan ook zeer redelijk geprijsd. Eilandbewoners  hebben altijd voorrang op de buitenlandse bezoekers. Helicopter vervoer is dus altijd onder voorbehoud van beschikbaarheid en zal nooit in de vorm van een retourvlucht worden aangeboden.

Wegennet:
De Faroer beschikt over een wegennet van meer dan 600km. Er wordt tussen en op de eilanden veel gebruikt gemaakt van tunnels, bruggen en veerponten. De afstanden tussen de eilanden is niet groot.

Onderwerpen

Kaart Faroer